Wat is Nestlé’s positie ten aanzien van babyvoedingmarketing?
Nestlé ondersteunt gezonde voeding voor moeders en baby’s in de eerste levensjaren
Borstvoeding is de beste start voor een baby. Daarom ondersteunen én promoten we borstvoeding in de eerste zes maanden van het leven, met daarna een geleidelijke overgang naar geschikte aanvullende voeding, zoals geadviseerd door zorgprofessionals.
We weten dat ouders ons vertrouwen en dat nemen we serieus. We respecteren altijd de keuze van moeders om borstvoeding te geven, en bemoeien ons daar niet mee. Daarom promoten we ook nergens ter wereld kunstvoeding voor baby’s jonger dan zes maanden. Dat is voor ons een minimumgrens.
Tegelijk begrijpen we dat borstvoeding niet altijd mogelijk is. In die gevallen willen we ouders ondersteunen met oplossingen die gebaseerd zijn op wetenschap en die we op een zorgvuldige en verantwoorde manier op de markt brengen.
Respect staat bij ons centraal—voor ouders, voor baby’s, voor gezondheid. We houden ons strikt aan de WHO Code en de resoluties van de Wereldgezondheidsvergadering (WHA), zoals die zijn opgenomen in nationale wetgeving. Daarnaast hanteren we ons eigen Nestlé-beleid voor de implementatie van de WHO Code.
Iedere medewerker bij Nestlé is hier verantwoordelijk voor.
Wat is Nestlé’s positie ten aanzien van babyvoedingmarketing?
Meer informatie
1867-1960
De eerste eeuw van babyvoeding
Aan het begin van de 19e eeuw bestonden er nog geen veilige alternatieven voor borstvoeding. Baby’s die niet met moedermelk gevoed konden worden, hadden vaak weinig overlevingskans.
In 1867 ontwikkelde Henri Nestlé zijn ‘farine lactée’, een voeding op basis van melk, granen en suiker. Deze vinding bood voor het eerst een veilige en licht verteerbare optie voor baby’s die geen borstvoeding konden krijgen.
Belangrijk: Henri Nestlé wilde met zijn product nooit de moedermelk vervangen. In zijn publicatie uit 1869 schreef hij:
“De eerste maanden is moedermelk altijd het meest natuurlijk en voedzaam. Iedere moeder die daartoe in staat is, zou haar kind zelf moeten voeden.”
Die gedachte dragen we nog steeds uit. We geloven dat borstvoeding de beste vorm van voeding is voor baby’s in de eerste zes maanden.
Maar als moeders niet kunnen of ervoor kiezen om geen borstvoeding te geven, bieden we een breed aanbod van wetenschappelijk onderbouwde babyvoeding als alternatief.
1960 - 1970
Er ontstaan zorgen over de gezondheid in ontwikkelingslanden
In 1966 publiceerde Dr. Derrick Jelliffe, directeur van het Caribbean Food and Nutrition Institute, een brochure met de titel ‘Kindervoeding in ontwikkelingslanden’. Hierin waarschuwde hij voor de gevaren van flesvoeding bij “traditionele en half-ontwikkelde bevolkingsgroepen”.
In 1969 uitte hij zijn zorgen tijdens een bijeenkomst van de Verenigde Naties' Protein Advisory Group (PAG). Maar andere gezondheidsexperts vonden dat kunstvoeding juist een noodzakelijk product was, en dat kindersterfte in een bredere sociaal-economische context bekeken moest worden.
In 1972 ging een andere PAG-bijeenkomst specifiek over de marketing van kunstvoeding. In een verklaring legde PAG de verantwoordelijkheden vast van overheden, kinderartsen en de kunstvoedingsindustrie.
PAG vroeg fabrikanten onder andere om in hun medewerkersopleidingen het belang van borstvoeding te benadrukken, om borstvoeding niet te ontmoedigen, om standaard bereidingsinstructies voor kunstvoeding te ontwikkelen, en om etiketten en folders te gebruiken om betere hygiëne bij babyvoeding te stimuleren.
De fabrikanten kregen kritiek omdat ze marketingstrategieën gebruikten die bedoeld waren voor ontwikkelde landen, zonder deze aan te passen aan de situatie in lage- en middeninkomenslanden. Denk bijvoorbeeld aan het uitdelen van gratis monsters aan moeders, promotiecampagnes in winkels en reclame op billboards – net als voor gewone consumentenproducten. Ze gaven toen vaak ook geen goede instructies over hoe kunstvoeding veilig gebruikt moest worden. Dat kon leiden tot gezondheidsproblemen op plekken waar geen schoon drinkwater of goede hygiëne was.
Na onderzoeken en rapporten van internationale organisaties paste Nestlé haar marketing en promotieactiviteiten aan. Vanaf 1972 verboden we in de meeste landen dat Nestlé-medewerkers nog contact hadden met moeders op kraamafdelingen, en stopten we met het uitdelen van gratis kunstvoeding aan nieuwe moeders.
Ook begonnen we systematisch op de verpakkingen van alle kunstvoeding in lage- en middeninkomenslanden te vermelden dat borstvoeding beter is.
1970 - 1980
Publieke verontwaardiging laait op
In 1973 publiceerde The New Internationalist het artikel ‘The Baby Food Tragedy’, een interview met twee kindervoedingsdeskundigen dat een publieke discussie op gang bracht over de marketing van kunstvoeding.
Toch bereikte het debat pas echt een hoogtepunt in 1974, toen de Britse organisatie War on Want het pamflet ‘The Baby Killer’ uitbracht. Dit werd breed verspreid en vertaald, onder andere in het Duits door de studentenorganisatie Arbeitsgruppe Dritte Welt (Derde Wereld Actiegroep), met de provocerende titel ‘Nestlé Kills Babies’.
Nestlé reageerde door Arbeitsgruppe Dritte Welt aan te klagen wegens smaad – en won de rechtszaak in 1976. Hoewel zo'n stap nu als heftig zou worden gezien, was het in die tijd nog niet gebruikelijk dat bedrijven in gesprek gingen met maatschappelijke organisaties over dit soort kwesties.
In 1974 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) haar eerste verklaring over kindervoeding en bescherming van borstvoeding tijdens de 27e Wereldgezondheidsvergadering.
Nestlé past marketing aan
In deze periode begon Nestlé haar marketingpraktijken in lage- en middeninkomenslanden kritisch te herzien. In 1974 en 1975 hebben we ons voorlichtingsmateriaal aangepast: we legden voortaan meer nadruk op het belang van borstvoeding en verwijderden alle promotie- of reclame-uitingen voor kunstvoeding gericht op consumenten.
Ook richtten we in 1975 samen met zeven andere kunstvoedingsproducenten de International Council of Infant Food Industries (ICIFI) op. De leden stelden een ethische code op om hun marketing en reclame te sturen.
Vanaf 1976 begonnen we met het afbouwen van massamediareclame voor kunstvoeding. Tegen het eind van dat jaar was alle reclame in lage- en middeninkomenslanden stopgezet.
De discussie blijft bestaan
Toch bleef de discussie voortduren. Dana Raphael, directeur van het Human Lactation Center in Connecticut, was een van de eerste wetenschappers die kunstvoedingsfabrikanten verantwoordelijk hield voor hoge babysterfte in ontwikkelingslanden.
Maar in 1976, na een tweejarig onderzoek in elf verschillende culturen wereldwijd, concludeerde Raphael dat de afname van borstvoeding niet de belangrijkste oorzaak was van hoge babysterfte. Wat wél veel voorkwam, was gemengde voeding: baby's kregen naast borstvoeding ook al vroeg andere – vaak ongeschikte – producten zoals water, sap of koemelk.
In 1979 kwam een gezamenlijke studie van WHO en UNICEF tot dezelfde conclusie.
De eerste Nestlé-boycot
In juli 1977 startte de nieuw opgerichte organisatie Infant Formula Action Coalition (INFACT) een consumentenboycot tegen Nestlé. Ze eisten dat er een einde kwam aan de promotie van kunstvoeding.
Ze vroegen ook aandacht van de Amerikaanse senator Edward Kennedy, voorzitter van de Subcommissie Gezondheid en Wetenschappelijk Onderzoek. Op hun verzoek werden in 1978 openbare hoorzittingen gehouden over deze kwestie.
Na afloop sprak senator Kennedy met vertegenwoordigers van de industrie – waaronder Nestlé – om vervolgstappen te bepalen. Op verzoek van de ICIFI, en met een steunbrief van Nestlé, vroeg senator Kennedy aan de WHO om een conferentie te organiseren over dit onderwerp, met als doel een internationale richtlijn te ontwikkelen voor de marketing van kunstvoeding in ontwikkelingslanden.
In 1979 stelde Nestlé interne richtlijnen op om reclame en promoties te beperken, het uitdelen van gratis monsters en voorraden in te perken, duidelijke eisen te stellen aan informatiemateriaal, en alle financiële prikkels voor zorgverleners om kunstvoeding aan te bevelen te beëindigen.
In datzelfde jaar adviseerden WHO en UNICEF om een internationale gedragscode op te stellen voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk. Ook werden toen het International Nestlé Boycott Committee (INBC) en het International Baby Food Action Network (IBFAN) opgericht.
1980 - 1989
De WHO Internationale Code
De Internationale Code voor de Marketing van Vervangingsmiddelen voor Moedermelk (de WHO-code), werd in 1981 aangenomen tijdens de 34e Wereldgezondheidsvergadering van de WHO als een publieke aanbeveling aan VN-lidstaten.
Deze aanpak werd gekozen om consensus te bereiken, in een tijd van spanningen tussen de industrie en NGO’s. Tegelijkertijd moesten de initiatiefnemers van de Code rekening houden met het risico dat sommige landen tegen zouden stemmen, omdat zij hun commerciële belangen wilden beschermen tegen bindende regels.
De Code is geen verdrag of wettelijke regeling, maar roept overheden op om de aanbevelingen op te nemen in hun eigen wet- en regelgeving.
Omdat dit een vrijwillig kader is, heeft dit geleid tot een complexe en niet-uniforme regelgeving wereldwijd. Volgens het WHO- en UNICEF-rapport van 2024 zijn 33 landen grotendeels in lijn met de WHO-code, terwijl 48 landen nog helemaal geen wettelijke maatregelen hebben genomen. Door de verschillende manieren waarop landen de Code toepassen, ontstaan er ook verschillende interpretaties. Dit is één van de belangrijkste uitdagingen voor de uitvoering van de Code, zowel binnen distributiekanalen als voor internationale fabrikanten die in meerdere landen actief zijn.
Wat de WHO-code regelt
De Code erkent moedermelk als het ideale voedsel voor een gezonde groei en ontwikkeling van baby’s. Tegelijkertijd erkent de Code dat er ook een legitieme markt is voor kunstvoeding, bedoeld voor baby’s die geen borstvoeding krijgen. De Code stelt dat deze producten beschikbaar mogen zijn via commerciële én niet-commerciële distributiekanalen, maar dat ze niet op een manier mogen worden gepromoot die borstvoeding ondermijnt.
De Code vraagt lidstaten om regels in te voeren op de volgende gebieden:
Informatie en voorlichting over producten
Relaties met het algemene publiek en moeders
Relaties met de zorgsector en zorgprofessionals
Aansturing van medewerkers van distributeurs en fabrikanten
Etikettering van producten
Productkwaliteit
Toepassing en toezicht op naleving van de Code
De Code erkent ook dat fabrikanten en distributeurs van kunstvoeding een belangrijke en positieve rol kunnen spelen in het promoten van de doelstellingen van de Code en het zorgen voor een juiste uitvoering.
Resoluties van de Wereldgezondheidsvergadering
Sinds de invoering van de WHO-code in 1981 zijn er meerdere resoluties aangenomen door de Wereldgezondheidsvergadering (WHA), bedoeld om het begrip ‘passende marketing’ verder toe te lichten – met name bij producten die worden gepresenteerd als vervanging van moedermelk.
Net als de WHO-code zijn deze resoluties geen bindende wetten, maar aanbevelingen. Dat heeft geleid tot een complex geheel van richtlijnen, waarbij het soms onduidelijk is welke regels precies gelden – en hoe ze worden toegepast, hangt af van elk afzonderlijk land.
Nestlé past de WHO-code toe
In 1982, kort na het aannemen van de WHO-code, publiceerde Nestlé haar eerste officiële beleid en procedures voor de implementatie van de WHO-code. Daarmee werd Nestlé het eerste bedrijf ter wereld dat de WHO-code vrijwillig overnam. Dit beleid is een publiek en transparant commitment om de Code te volgen.
Sindsdien zijn het Nestlé-beleid en de procedures voor de WHO-code verplicht voor alle Nestlé-medewerkers én voor elke externe partij die namens Nestlé handelt.
Het beleid onderstreept dat Nestlé de WHO-code ziet als een belangrijk instrument om de gezondheid van baby’s te beschermen.
In het beleid staat per onderdeel van de WHO-code uitgelegd hoe Nestlé die regel in de praktijk toepast – bijvoorbeeld in de dagelijkse verkoop- en marketingactiviteiten. Door de jaren heen is dit uitgegroeid tot een volledig WHO Code Management Systeem, met duidelijke richtlijnen over o.a. de productpresentatie op verkooppunten, samenwerking met distributeurs en retailers, en trainingen voor zorgprofessionals.
De Muskie-commissie en opschorting van de boycot
Ook in 1982 werd een onafhankelijke auditcommissie opgericht onder leiding van voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken en senator Edmund Muskie (de zogenoemde Muskie-commissie). Deze commissie hield toezicht op de naleving van de WHO-code en de interne richtlijnen van Nestlé.
Na gesprekken tussen Nestlé, WHO, UNICEF en de Muskie-commissie kondigde INFACT op 4 oktober 1984 tijdens een persconferentie in Washington aan dat de boycot werd opgeschort.
Vervolgacties en het Plan van Aanpak
In 1988 probeerden activisten de boycot nieuw leven in te blazen, maar dat kreeg weinig aandacht. Uiteindelijk werd de boycot voortgezet door IBFAN en Baby Milk Action (BMA).
In 1989 publiceerde Nestlé het Plan van Aanpak voor Voeding van Baby’s en Jonge Kinderen. Daarin beloofden we alle gratis of goedkope kunstvoeding te stoppen in lage- en middeninkomenslanden – met uitzondering van een beperkt aantal gevallen waarin baby’s het écht nodig hadden.
1990 - 1999
Het debat gaat door
In 1991 besloot de Muskie-commissie dat haar taak erop zat, waarna ze zichzelf ophief. In datzelfde jaar sprak de Association of Infant Formula Manufacturers (IFM) af om mee te werken aan het beëindigen van donaties van kunstvoeding aan ziekenhuizen in ontwikkelingslanden, uiterlijk eind 1992. Toch bleek het stopzetten van deze gratis leveringen een langdurig proces, omdat veel ziekenhuizen deze producten graag ontvingen.
In 1994 herhaalde WHA-resolutie 47.5 eerdere oproepen uit 1986, 1990 en 1992 om te stoppen met het gratis of goedkoop leveren van kunstvoeding aan zorginstellingen.
Na een stapsgewijze afbouw van deze donaties, stopte Nestlé uiteindelijk met het gratis leveren van kunstvoeding aan zorginstellingen in vrijwel de hele wereld – met enkele streng gecontroleerde uitzonderingen, zoals bij rampen of noodsituaties. Nestlé beëindigde deze praktijk volledig halverwege het daaropvolgende decennium. Toch zijn er nog steeds fabrikanten die ermee doorgaan.
Voortdurende kritiek in de jaren '90
In de jaren ’90 bleef de kritiek op de kunstvoedingsindustrie fel. In 1992 kondigde de Synode van de Anglicaanse Kerk (Church of England) een boycot aan van Nescafé, die duurde tot 1994. In 1993 bracht UNICEF eenzijdige verklaringen en standpunten uit die gericht waren tegen de sector, en pleitte ervoor om de industrie buiten overleggen te houden.
In 1994 publiceerde het International Baby Food Action Network (IBFAN) een rapport met de titel ‘Breaking the Rules’. Daarin beschuldigde men verschillende fabrikanten van het schenden van de WHO-code. Dit rapport wordt sindsdien elke drie jaar opnieuw uitgebracht en rapporteert geconstateerde gevallen van niet-naleving door álle kunstvoedingsfabrikanten in die periode.
Nestlé onderzoekt zulke kritiek zorgvuldig wanneer die op ons van toepassing is, en we nemen corrigerende maatregelen waar nodig. Dat doen we nog steeds: we behandelen elke melding serieus en publiceren onze reacties systematisch op onze website.
2000-2011
Een nieuw tijdperk van dialoog rond het begin van het nieuwe millennium
In 2001 nam de Wereldgezondheidsvergadering (WHA) resolutie 54.2 aan, waarin werd vastgesteld dat exclusieve borstvoeding aanbevolen moet worden gedurende de eerste zes maanden van het leven van een baby.
In 2002 volgde resolutie 55.25, waarin de WHA haar steun uitsprak voor de Wereldwijde Strategie voor Voeding van Zuigelingen en Jonge Kinderen. Deze strategie omschrijft essentiële interventies om goede voeding bij jonge kinderen te beschermen, promoten en ondersteunen – met als doel hun voedingsstatus, groei, ontwikkeling, gezondheid en overlevingskansen te verbeteren.
Dit is een belangrijk document, waarin ook wordt erkend dat kunstvoeding de enige geschikte optie is wanneer een baby geen borstvoeding kan of mag krijgen. Tegelijkertijd werd opnieuw bevestigd dat fabrikanten zich moeten houden aan de WHO-code, latere relevante WHA-resoluties én nationale wetgeving die deze regels ondersteunt.
Nestlé’s verdere stappen op het gebied van naleving
In 2004 hebben we onze interne richtlijnen voor naleving van de WHO-code verder aangescherpt. Ook hebben we een wereldwijd beheersysteem ingevoerd om naleving binnen onze hele organisatie te waarborgen.
Dit systeem omvat:
Het Nestlé-beleid en de richtlijnen voor de WHO-code
Het Nestlé WHO Code Management Systeem
Een interne ombudsmanprocedure
Zowel interne als externe audits
In 2006 werd binnen de Europese Unie de Richtlijn voor Zuigelingenvoeding en Opvolgmelk aangenomen door de Europese Commissie. Nestlé heeft deze richtlijn volledig doorvertaald in haar marketingaanpak in alle EU-landen.
2011-2019
Nestlé opgenomen in de FTSE4Good Index
FTSE4Good is een reeks duurzaamheidsindexen van de wereldwijde indexgroep FTSE, opgericht in 2001. Deze indexen zijn bedoeld om bedrijven te beoordelen op hun prestaties op het gebied van milieu (Environmental), sociaal beleid (Social) en goed bestuur (Governance) – kortweg ESG.
In 2011, na overleg met investeerders, bedrijven en NGO’s (zoals Save the Children en UNICEF UK), besloot FTSE4Good om specifieke toelatingscriteria op te stellen voor het verantwoord vermarkten van kunstvoeding (borstvoedingsvervangers).
Nestlé was trots om als eerste producent van kunstvoeding opgenomen te worden in de FTSE4Good Index (vanaf maart 2011) en we voldoen sindsdien structureel aan de strenge criteria, die worden gemonitord door PwC.
Tot op heden is Nestlé één van slechts drie kunstvoedingsproducenten die deel uitmaken van deze index.
Wat betekent dit concreet voor Nestlé
Senior managers binnen Nestlé zijn direct verantwoordelijk voor de naleving van de FTSE4Good-criteria.
Deze criteria zijn geïntegreerd in ons bedrijfsbeleid en onderdeel van ons WHO Code Management Systeem.
Dankzij de FTSE4Good-criteria hebben we onze aanpak flink aangescherpt en zijn er strengere beperkingen gekomen op marketing van meer producten binnen ons assortiment.
De FTSE4Good BMS Index is er speciaal op gericht om kwetsbare bevolkingsgroepen te beschermen tegen misleidende marketing die moeders zou kunnen ontmoedigen om borstvoeding te geven – vooral in landen met hoge kindersterfte als gevolg van ondervoeding.
Hoe Nestlé zich houdt aan de FTSE4Good-principes
Onze aanpak houdt rekening met de soevereiniteit van landen en is gebaseerd op de nationale wetgeving. Daarbij volgen we drie kernprincipes:
Nestlé moet zich houden aan de WHO-code zoals die lokaal wettelijk is ingevoerd.
Als ons eigen beleid strenger is dan de nationale wetgeving, dan geldt ons beleid.
Nestlé promoot geen kunst- of opvolgvoeding voor baby’s jonger dan 6 maanden.
Wij staan volledig achter deze uitgangspunten en ondersteunen FTSE4Good in hun streven naar betere naleving van de WHO-code. We werken actief samen met overheden, NGO’s, zorgprofessionals, de industrie en academici om dit doel te bereiken.
Nestlé’s wereldwijde inzet voor borstvoeding
Nestlé heeft zich publiekelijk gecommitteerd aan het beschermen en ondersteunen van borstvoeding. Dit doen we met vooroplopende beleidsmaatregelen, in lijn met onze bredere missie om bij te dragen aan een betere levenskwaliteit en gezondere toekomst.
We monitoren jaarlijks onze voortgang en publiceren die resultaten in het rapport: Nestlé Creating Shared Value and Sustainability Report.
Naar meer transparantie en samenwerking
De introductie van de FTSE4Good BMS Index en de Access to Nutrition BMS sub-index in 2015 markeren een nieuw tijdperk van meer openheid en betrokkenheid.
We hebben daarnaast het externe meldpunt Speak Up ingevoerd, waarmee iedereen wereldwijd meldingen kan doen van mogelijke overtredingen – via onze websites of telefonisch.
Werken aan volledige WHO-code naleving in 2030
In 2016 bracht de Bill & Melinda Gates Foundation, via het Meridian Institute, verschillende partijen bijeen om te onderzoeken hoe de marketing van kunstvoeding wereldwijd verbeterd kon worden. Uit deze gesprekken kwam een gedeeld doel naar voren: optimale voeding en gezondheid voor alle baby’s, jonge kinderen en moeders wereldwijd – met als ambitie: volledige naleving van de WHO-code in 2030.
Ondanks dat er lange tijd verdeeldheid was tussen industrie en maatschappelijke organisaties, groeide er uiteindelijk een gezamenlijk einddoel: de beste voeding voor moeder en kind, en volledige naleving van de WHO-code en alle bijbehorende resoluties.
Nestlé onderschrijft dit doel en is actief betrokken bij deze dialoog. We blijven nauw samenwerken met NGO’s, overheden en andere partners om dit waar te maken.
2020 onwards
Nestlé reageert op Call to Action voor borstvoedingsvervangers
Hoewel er wereldwijd vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de Sustainable Development Goals, gaat het nog niet snel genoeg. Ondervoeding – in al zijn vormen – blijft een wereldwijde noodsituatie en treft meer dan 1 op de 3 mensen.
Om deze complexe uitdaging aan te pakken, is gezamenlijke actie nodig van beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Alleen door een gezamenlijke aanpak met gedeelde doelen kan ondervoeding effectief worden bestreden.
Op 25 juni 2020 publiceerden de WHO, UNICEF en acht maatschappelijke organisaties een Call to Action. Hierin werden alle producenten van borstvoedingsvervangers (BMS) opgeroepen om zich publiekelijk te committeren aan volledige naleving van de Internationale Code voor het op de markt brengen van borstvoedingsvervangers, inclusief de daaropvolgende relevante resoluties. Het doel is om optimale borstvoeding en gezonde voeding voor baby’s en jonge kinderen te waarborgen.
Op 4 december 2020 stuurde Nestlé een officiële reactie naar de ondertekenaars van de Call to Action. Nestlé verwelkomde de oproep als een belangrijke mijlpaal in de toepassing van de WHO Code en bedankte de betrokken organisaties voor hun jarenlange inzet voor moeder- en kindvoeding.
In de reactie heeft Nestlé zich eenzijdig gecommitteerd aan het verder versterken van het beleid rond de marketing van borstvoedingsvervangers. Daarnaast heeft Nestlé toegezegd samen te werken met de ondertekenaars om te zorgen dat ook andere fabrikanten stappen zetten richting een gelijkwaardig niveau van verantwoord gedrag op wereldwijde schaal voor de promotie van flesvoeding voor baby’s van 0–12 maanden.
De volledige reactie van Nestlé is terug te vinden op de website van de Call to Action.
Het Nestlé Actieplan (pdf, 150Kb), met de concrete uitwerking van deze toezeggingen, is online beschikbaar.
Aanvullende informatie is te vinden op Ask Nestlé.